OVER DE WATERKLERKEN

De vereeniging is er voor waterklerken die op zoek zijn naar bekenden met vergelijkbare kenmerken als allround kennis en flexibiliteit om een breed scala van zeeschepen 24 uur per dag te bedienen.

Geschiedenis

De dag van de oprichting

Op zaterdag 15 februari 1930 voeren bij Hoek van Holland 32 zeeschepen de Nieuwe Waterweg op. Onder die schepen was de ‘Sultan van Langkat’ met een diepgang van vierenzestig decimeter.

Een naam die doet denken aan ‘Duizend en één Nacht’, een naar geurige kruiden en parfums ruikend schip uit het zwoele Oosten waar de waterklerk omringd wordt door haremdames.

De werkelijkheid was echter heel wat prozaëscher. De boot bracht, een in Kaapstad geladen partij, niet bepaald aangenaam ruikende traan voor het Algemeen Vrachtkantoor.

De 32 schepen werden door Dirkzwager voornamelijk geteld tussen zes uur in de morgen en tien uur in de avond. De Waterweg gaf hun een vrije doorvaart bij een diepgang van tien meter over drieëndertig kilometer tot aan de Maasbruggen.

1930

In het gehele jaar 1930 telde Dirkzwager voor Rotterdam 6.414 schepen. De crisis was al voelbaar. Aan de Waalhaven bij Pier 7 en 8 werd de laatste hand gelegd. De Merwehaven zou over twee jaar gereed zijn.

De Eerste en de Tweede Petroleumhaven in de Deyffelbroeksche Polder (Pernis) stonden net op papier. De vaart met aardolieprodukten zou een grote vlucht maken. In 1930 kwamen die nog naar de Sluisjesdijk, waar gevestigd waren de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij ten behoeve van de Exploitatie van Petroleumbronnen van Nederlandsch-Indie, de Amerikaansche Petroleum Maatschappij en Rotterdam Petroleum Entrepot. (bron: Patente Jongens, enig soort).

De kapteinskamer

De naam Kapiteinskamer is afkomstig uit de achttiende eeuw. Kapiteins deden na een reis verslag aan hun reder. Zij werden dan ontvangen in speciale kamer die daardoor ‘Kapiteinskamer’ werd genoemd, een naam die is blijven voortleven in het cargadoorswerk.